Persbericht

 

 

Antidiscriminatie organisaties signaleren verdubbeling horecadiscriminatie

 

 

Het aantal klachten over horecadiscriminatie heeft zich in 2000 verdubbeld ten opzichte van het voorgaande jaar. Dit signaleren de verenigde antidiscriminatie bureaus in de tweede editie van de publicatie ĎKerncijfers discriminatieí. In de kerncijfers rapportage wordt jaarlijks verslag gedaan van alle klachten en meldingen

die bij de lokale en regionale antidiscriminatie bureaus in behandeling zijn genomen. Het totaal aan zaken dat aan de ADBís voor werd gelegd steeg licht van 3046 in 1999 naar bijna 3300 in het jaar 2000.

 

Sinds jaar en dag worden veel allochtone jongeren geconfronteerd met horecadiscriminatie. Gelegenheidsargumenten als Ďvanavond alleen voor ledení, Ďhet is volí of Ďje moet lid zijní worden regelmatig gehanteerd om allochtone jongeren buiten de deur te houden of slechts mondjesmaat toe te laten. In 2000 werden deze praktijken overtuigend geÔllustreerd door een aantal bureaus die het toelatingsbeleid van discoís testten. Dit leidde tot uitvoerige publiciteit, in een aantal gemeenten gevolgd door discussies en convenanten over toelatingsbeleid.

De antidiscriminatie bureausplaatsen de verdubbeling van het aantal horecaklachten in deze context. De stijging duidt niet zonder meer op een absolute toename, waarschijnlijker is dat het uitvoerige debat en de intensieve media-aandacht veel mensen heeft bemoedigd om werk te maken van weigeringen op discriminerende gronden.

 

Arbeidsmarkt klachten onverminderd hoog

Uit de registraties van de gezamenlijke ADBís blijkt dat veel discriminatiegevallen betrekking hebben op situaties waar mensen intensief en langdurig met elkaar te maken hebben, zoals arbeidsmarkt en woonomgeving. Koploper in de klachten die worden voorgelegd aan antidiscriminatie bureaus (ADBís) vormen nog altijd de zaken over de arbeidsmarkt. Van alle zaken die aan de ADBís voor worden gelegd heeft een stabiel percentage van rond de 20 procent betrekking op arbeidsmarkt. Alle aandacht voor diversiteitsbeleid in juist arbeidsmarkt organisaties blijkt in die zin nog onvoldoende vruchten af te werpen. Veel zaken in deze categorie hebben namelijk betrekking op situaties op de werkvloer.

Het aantal gevallen van discriminatie in de directe leefomgeving van buurt of wijk staat qua omvang op de tweede plaats. Zoín 12 % van alle meldingen heeft betrekking op wrijvingen tussen buren of buurtgenoten.††

 

Andere discriminatiegronden in opmars

Opvallend in de cijfers van antidiscriminatie bureaus is dat het eenzijdige accent op de behandeling van klachten over discriminatie op grond van ras en etnische afkomst tanende lijkt. In 1997 viel 82% van alle klachten in deze categorie, tegenover 64 % in 2000. Steeds meer zaken hebben betrekking op discriminatiegronden als leeftijd, sexe, sexuele gerichtheid, handicap, geloof en levensbeschouwing. Blijkbaar weten ook burgers die op dergelijke gronden worden gediscrimineerd steeds beter de weg naar de ADBís te vinden.

 

Noot voor de redactie

Nadere informatie of bestelling van het rapport: Rita Schriemer, 010 4 11 39 11 of06 105 191 75. Het rapport wordt later vandaag integraal opgenomen op de website van de Landelijke Vereniging van ADBís onder www.lvadb.nl

 

 

 

Kerncijfers discriminatie

2000

 

Landelijke cijfers over geregistreerde meldingen van discriminatie

 

 

Een Rapport van de Landelijke Vereniging van antidiscriminatiebureaus en meldpunten

 

21 maart 2001

 

 


I.††††††††† Inleiding

Voor u ligt de tweede editie van de Kerncijfers Discriminatie, waarin onder meer de jaarcijfers worden gepresenteerd van de verschillende antidiscriminatiebureaus en meldpunten die in Nederland actief zijn. Het rapport is een product van de Landelijke Vereniging van antidiscriminatiebureaus.

 

De datum waarop de onderhavige rapportage het licht ziet is allesbehalve toevallig. De 21e maart is de internationale dag tegen racisme en juist op deze dag willen we het werk van de bureaus en meldpunten onder de aandacht brengen. Bovendien is het jaar 2001 door de VN uitgeroepen tot het jaar tegen racisme, xenofobie, rassendiscriminatie en intolerantie.

Het bestrijden van racisme is ťťn van de kerntaken van de ADB's. Maar het werk van de ADB's en Meldpunten in Nederland omvat doorgaans meer dan het bestrijden van racisme alleen. Ook de bestrijding van discriminatie op grond van bijvoorbeeld geslacht, seksuele gerichtheid, handicap en leeftijd behoort tot de kerntaken van de Nederlandse ADB's. In het Verdrag van Amsterdam, dat door alle landen van de Europese Unie is onderschreven, is nadrukkelijk gepleit voor een 'brede'benadering van de discriminatieproblematiek en discriminatiebestrijding.

 

"Is discriminatie in Nederland dan echt een probleem?" zullen veel mensen zich afvragen. De cijfers waarover we in deze publicatie rapporteren geven wel degelijk aanleiding tot zorg. Discriminatie is ondanks de veelgeprezen tolerantie en de juridische bescherming van alle burgers nog steeds aan de orde van de dag.

 

In dit verslag rapporteren we slechts in de vorm van cijfers. Cijfers lenen zich in het bijzonder voor een beschrijving van de omvang van het verschijnsel. Tegelijkertijd doen zij onvoldoende recht aan de individuele verhalen die erachter verscholen gaan.

 

We hebben goede redenen om aan te nemen dat de daadwerkelijke omvang van discriminatie het geregistreerde aantal klachten vele malen overstijgt. Enerzijds is dat een gevolg van de dekkingsgraad van ADB's in Nederland. Hoewel de dekkingsgraad in Nederland in formeel opzicht redelijk sluitend is, bestrijken sommige ADB's omvangrijke gebieden. Het behoeft weinig verbeeldingskracht om te erkennen dat wanneer een slachtoffer een grotere afstand moet overbruggen om een zaak te melden, deze eerder zal besluiten om het erbij te laten, dan wanneer er een bureau in de nabije omgeving gevestigd is.

Een tweede reden voor de onderrapportage ligt in de persoonlijke reacties van individuen op discriminerende voorvallen. Mensen melden enerzijds voorvallen niet omdat het bijvoorbeeld in het geval van een beledigende opmerking van een passant op straat makkelijker is om het voorval weg te wuiven. Anderzijds is het in veel gevallen voor het slachtoffer moeilijk om te onderscheiden of er al dan niet sprake is van discriminatie. Wanneer men te maken krijgt met een afwijzing bij een sollicitatieprocedure, is de achterliggende reden niet altijd transparant. Mogelijk is er sprake van discriminatie, maar mogelijk is de afwijzing ook gebaseerd op de weging van kwalificaties, ervaringof andere kenmerken.

Naast het probleem van de dekkingsgraad, dragen ook beide type menselijke reacties op discriminatie bij aan de onderrapportage van discriminatiezaken. De Landelijke Vereniging meent dat de hier gepresenteerde cijfers, slechts het topje van de spreekwoordelijke ijsberg vormen.

 

 

II.†††††††† Registratie

Verreweg de meeste ADB's hebben een geautomatiseerd registratiesysteem. In deze registratie worden doorgaans niet alleen discriminatiemeldingen geregistreerd, maar tevens informatieverzoeken die aan de bureaus zijn gericht. Lokale mediaberichten over racisme en/of discriminatie worden in sommige regio's eveneens geregistreerd. Tot slot houdt een aantal bureaus een aparte registratie bij van racistische graffiti.

 

De cijfers zoals ze in deze publicatie worden gepresenteerd hebben slechts betrekking op de meldingen/klachten. Mediaberichten en informatieverzoeken zijn buiten beschouwing gelaten omdat die gezien de selectieve registratie geen representatief beeld geven.††

 

Het registratiesysteem dat door de ADB's wordt gebruikt, is in principe gestandaardiseerd. Dit zou moeten resulteren in een eenduidige registratie en mogelijkheden moeten bieden om onderlinge vergelijkingen te maken. Echter, om voldoende recht te kunnen doen aan de lokale context, hebben enkele bureaus kleine aanpassingen en/of aanvullingen gemaakt op de gestandaardiseerde categorieŽn. Deze verfijningen zijn ten behoeve van deze rapportage weer teruggebracht tot de gestandaardiseerde categorieŽn, hetgeen de overzichtelijkheid en vergelijkingsbasis aanzienlijk vergroot.

 

Het inmiddels verouderde registratieprogramma ADbase, verkeert momenteel in een transformatiefase. Nog dit jaar zal een verbeterd systeem zijn intrede doen. Het nieuwe registratiesysteem is gebruikersvriendelijker en draagt bij aan verdere standaardisering, hetgeen de onderlinge vergelijkingsbasis van de gegevens ten goede komt.

 

Voor de bureaus in Rotterdam en Den Haag vormt de registratie een belangrijk onderdeel van de bedrijfsvoering. In het kader van monitoring, wordt de Adbase-registratie gekoppeld aan de registratie van andere instanties, zoals bijvoorbeeld die van de politie. De monitor heeft een taak als''early-warning-systeem"; het biedt de mogelijkheid om bepaalde ontwikkelingen vroegtijdig te signaleren. De monitor wordt tevens ingezet als controlebestand, bijvoorbeeld ten dienste van evaluatie van beleid. Tot slot kan een combinatie van registraties bijdragen aan de betrouwbaarheid en geldigheid van de individuele waarnemingen.

 

 

††
III.††††††† Aantal klachten

In het vorige rapport werden cijfers gepresenteerd van drie opeenvolgende jaren. Geconcludeerd werd dat zich jaarlijks een lichte stijging leek af te tekenen in het totaal aantal meldingen. De destijds geconstateerde stijging kon deels worden verklaard door een uitbreiding van het werkgebied van een aantal bureaus en deels door een aanzienlijke toename van klachten.

 

Dit jaar hebben we ervoor gekozen om slechts twee jaren - 1999 en 2000 - met elkaar te vergelijken[1]. Zoals de cijfers illustreren, is het aantal klachten dat per jaar bij de verschillende bureaus binnenkomt niet stabiel. Uit het driejarenoverzicht zoals dat vorig jaar in de rapportage is gepresenteerd, bleek reeds dat de cijfers per jaar fluctueren en dat een eenmalige daling of stijging niet per definitie een stijgende of dalende lijn voor de toekomst inhoudt.

 

In de tabel hieronder hebben we alleen de ADB's weergegeven die ons van beide jaren cijfers hebben kunnen leveren. Een aantal ADB's dat vorig jaar nog werd genoemd, heeft dit jaar geen bijdrage kunnen leveren. Dit betekent dat de totaalcijfers van 1999 zoals ze hier worden genoemd, niet geheel vergelijkbaar zijn met de totaalcijfers van vorig jaar.

Desondanks is wel een vergelijking gemaakt van de ADB's die over beide jaren cijfers hebben geleverd. Dit geeft een indicatie over wat zich op landelijk niveau afspeelt.

 

Tabel I

totaal aantal klachten

1999

2000

Alkmaar

254

196

Amersfoort

23

9

Amsterdam

541

521

Apeldoorn

60

76

Breda

66

87

Diemen

3

12

Den Bosch*

71

108

Den Haag

459

434

Dordrecht

85

129

Ede

32

33

Eindhoven

137

141

Enschede

118

118

Gouda

16

10

Haarlem

200

193

Heerenveen

2

2

Hilversum

22

26

Leeuwarden*

54

76

Leiden*

103

105

Maastricht

106

88

Rotterdam

470

596

Sittard*

42

50

Veenendaal

87

167

Zaandam

80

106

Zwolle

15

14

Totaal

3046

3297

 

* De jaarcijfers van 1999 van de bureaus uit de gemeenten die door een asteriks worden gekenmerkt, zijn zonder tegenbericht van de bureaus overgenomen uit de kerncijfers van vorig jaar. Daar het destijds de voorlopige cijfers van 1999 betrof, is het mogelijk dat het aantal er in werkelijkheid iets boven of onder ligt.

 

Ook dit jaar kent een aantal bureaus een zeer sterke stijging of daling van het aantal meldingen. Voor verklaringen voor de daling of stijging is kennis van de lokale context nodig. Zo kan de explosieve stijging van het aantal klachten in Veenendaal wellicht deels worden verklaard door het gegeven dat het Utrechtse bureau, dat ook een regionale functie heeft, tijdelijk "niet in bedrijf is". Ook in Rotterdam wordt in het jaar 2000 een versterkte toeloop naar het klachtenmeldpunt geconstateerd. Mogelijk heeft de (media) aandacht na een praktijktest het besef bij Rotterdammers aangewakkerd dat het de moeite kan lonen om werk te maken van discriminatie.

 

Tegenovergesteld aan de hierboven genoemde stijging van het aantal zaken, is het aantal meldingen in Alkmaar in het afgelopen jaar aanzienlijk teruggelopen. Dat geldt in wisselende mate ook voor Gouda, Haarlem en Maastricht. Het ADB uit de laatstgenoemde gemeente meldt dat in er 1999 gebiedsgericht aandacht is besteed in woonwijken wat extra alertheid. Dit heeft zich geuit in het verhoudingsgewijs hoge aantal meldingen in 1999.De meldingen van het jaar 2000 steken daar ietwat schril bij af.

 

In zín totaliteit bezien is het aantal meldingen in het jaar 2000 opnieuw gestegen. De stijging van 1999 ten opzichte van 1998 bedroeg circa drie procent. Ten opzichte van 1999 is het aantal klachten in 2000 met acht procent gestegen.

 

 

 


IV.†††††† Klachten naar terrein

Discriminatie speelt zich af op verschillende maatschappelijke terreinen. Mensen kunnen bijvoorbeeld worden gediscrimineerd op de arbeidsmarkt, door (overheids)instanties, tijdens een burenconflict, in het uitgaansleven of tijdens sportuitoefening. Hieronder zijn de klachten weergegeven, uitgesplitst naar het maatschappelijk terrein waarop discriminatie plaatsvond[2]. Het gaat hier om de verzameling van gegevens van alle deelnemende ADB's. De verdelingen kunnen per ADB anders liggen. De verdeling op de totaalcijfers heeft geleid tot de percentages zoals ze hieronder staan vermeld.

 

Tabel II

Arbeidsmarkt

20%

Buurt/wijk

12%

Huisvesting

8%

Horeca/Amusement

8%

Media en reclame

7%

Politie/vreemdelingendienst/OM

6%

CommerciŽle dienstverlening

6%

Publieke/politieke opinie

5%

Onderwijs

5%

Non-commerciŽle dienstverlening

3%

Gemeente

2%

Gezondheidszorg

2%

Sport en recreatie

2%

Openbaar vervoer

1%

Privť-sfeer

1%

Overig

5%

Onbekend

7%

Totaal

100%

 

 

De lijst wordt aangevoerd door meldingen die betrekking hebben op de arbeidsmarkt. Maar liefst twintig procent van de klachten betreft dit terrein. Discriminatie kan zich voordoen tijdens werving en selectie, bij de interne doorstroom naar een hogere functie en kan zelfs resulteren in uitstroom uit het arbeidsproces, bijvoorbeeld door ontslag. Ook worden mensen geconfronteerd met pesterijen op de werkvloer, bijvoorbeeld doordat discriminerende, racistische of anderszins beledigende opmerkingen worden gemaakt.

Dit hoge percentage meldingen over de confrontatie met discriminatie op de arbeidsmarkt is overigens reeds een aantal jaar stabiel. Uit het vorig jaar gepubliceerde meerjarenoverzicht kwam de arbeidsmarkt tot een even hoog percentage.

 

De meldingen die zich afspelen in de buurt en wijk waren het afgelopen jaar omvangrijk qua aantal. Twaalf procent van alle meldingen had betrekking op incidenten in de buurt of wijk. Hieronder vallen onder meer zaken als burenruzies, protestacties en gerichte buurtactiviteiten. De buurt en wijk is bij uitstek een maatschappelijk terrein waarin de problemen van de overgang naar een multi-etnische samenleving tot uitdrukking (kunnen) komen.

Mogelijk is het percentage buurtmeldingen in werkelijkheid nog iets hoger omdat een aantal bureaus burenconflicten niet als zodanig registreert. Vaak worden deze meldingen namelijk weggeschreven onder de categorie 'huisvesting'. Achter deze categorie gaan waarschijnlijk nog eens extra burenconflicten schuil.

Vergeleken met het gemiddelde aantal meldingen over de jaren 1997-1999, is het percentage meldingen op dit terrein met drie procent gestegen.

 

Een gedeelde derde plaats gaat naar de huisvestingsector. Acht procent van de meldingen heeft hierop betrekking. Het kan hierbij gaan om klachten omtrent discriminatie bij woningtoewijzing, maar er vallen mogelijk, zoals hierboven al vermeld, tevens burenconflicten onder.

Eveneens acht procent van de meldingen heeft betrekking op discriminatie-incidenten in de horeca en/of amusementsector. Dat is een verdubbeling van het aantal klachten van vorig jaar. Wellicht heeft de media-aandacht hieromtrent een rol gespeeld. Mogelijk heeft dit de aangiftebereidheid vergroot. ††††††††† In het volgende hoofdstuk wordt uitgebreid teruggekomen op horecadiscriminatie.

 

Tabel II gaf een overzicht van de klachten en meldingen op landelijk niveau omtrent discriminatie, uitgesplitst naar maatschappelijk terrein. De volgende tabel illustreert dat ADB's onderling wel degelijk van elkaar en van het landelijk gemiddelde kunnen verschillen.

Zo voert bijvoorbeeld het maatschappelijk terrein buurt/wijk, de lijst aan in gemeenten als Alkmaar, Den Bosch en Maastricht. Media en reclame, die op landelijk niveau gemiddeld zeven procent van de klachten voor hun rekening nemen, scoren percentueel gezien vele malen hoger in de gemeenten Leiden, Zaandam, Amsterdam en Den Haag.

De sector horeca en amusement, die landelijk een gemiddelde van acht procent van alle meldingen haalt, neemt voor de gemeenten Tilburg, Enschede, Leeuwarden en Sittard een veel hoger percentage van de klachten en meldingen voor haar rekening. Politie en justitie, die een plaats innemen in de subtop van maatschappelijke terreinen, verschijnen daarentegen in de top drie van de gemeenten Hilversum, Leiden en Maastricht.††

 

Tot slot is er reden om aandacht te besteden aan de categorie publieke/politieke opinie. Onder deze categorie worden extreemrechtse activiteiten geregistreerd. Landelijk gezien betreft dit 'slechts' vijf procent van alle meldingen. Gemeenten als Ede, Leeuwarden, Maastricht en Rotterdam, scoren hier minstens twee maal zo hoog. Het wegvagen van extreemrechts uit de politieke arena met de laatste verkiezingen, heeft het propagandistische gedachtegoed echter niet weggevaagd. In het maatschappelijke leven blijven enkele van deze individuen en groepen dus wel actief.

 

Lokale en regionale verschillen in het aantal klachten en de verdeling op de maatschappelijke terreinen waarop discriminatie zich voordoet, kunnen resultante zijn van een andere maatschappelijk setting, maar ook van gebiedsgerichte (beleids)aandacht. Zo kan het zijn dat steden die een duidelijke regionale functie hebben wat betreft bijvoorbeeld het uitgaansleven, verhoudingsgewijs hoog scoren op horecadiscriminatie. In steden waar buurtgericht aandacht besteed wordt aan het samenleven van en met verschillende etnische groepen, kunnen er verhoudingsgewijs meer meldingen binnenkomen in de betreffende categorie.


Tabel III (I)

 

 

Terrein

Plaatsnaam

 

Alkmaar

Amsterdam

Apeldoorn

Breda

Diemen

Den Bosch

Den Haag

Dordrecht

Ede

Eindhoven

Enschede

Gouda

Haarlem/Kennemerland

Arbeidsmarkt

 

 

20

150

9

18

1

11

75

82

9

31

20

1

35

Huisvesting

 

 

16

16

4

2

 

5

62

3

 

8

31

 

76

Openbaar Vervoer

 

 

8

3

 

 

3

3

 

 

 

1

 

 

Sociale Zekerheid

 

2

 

1

3

 

2

 

 

 

4

 

 

 

Overige overheid/gemeente

 

26

 

 

 

 

28

2

4

 

4

1

4

Politie/vreemdelingen dienst/O.M

7

16

2

4

 

6

27

2

 

6

18

1

12

Gezondheidszorg

 

7

1

3

4

 

4

 

2

 

3

8

1

2

Particuliere verzekering

 

 

 

 

2

 

 

 

 

 

2

 

 

 

Politieke/Publiek opinie

 

11

 

 

3

 

 

32

 

4

8

 

2

 

Onderwijs

 

 

16

32

5

 

 

8

23

1

1

6

4

 

6

Welzijnswerk

 

1

 

 

 

 

2

 

 

 

10

 

 

 

Buurt/wijk

 

 

60

66

15

20

1

43

 

 

8

12

 

 

 

Horeca/Amusement

 

11

21

1

5

 

5

10

7

1

10

24

1

 

Media/reclame

 

12

55

4

4

 

4

62

3

 

6

3

 

17

Sport en recreatie

 

6

12

2

 

 

3

13

 

 

3

 

 

2

Winkel

 

 

6

 

 

 

2

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige comm. dienstverlening

4

48

 

7

 

3

38

 

 

10

5

1

16 (incl. horeca

Overige non-comm dienstverlening

14

9

 

2

 

4

22

 

6*

15

 

 

4

Privesfeer

 

 

3

7

 

 

 

 

8

 

 

 

 

 

2

Overig

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Onbekend/blanco

 

 

54

27

13

8

5

31

27

 

7

 

2

16

Totaal

 

 

196

521

76

87

12

108

434

129

33

141

118

10

193

 

De gearceerde cellen geven de 'top drie' aan van de hoogste scores op de maatschappelijke terreinen in de betreffende gemeenten/regio.
Tabel III (II)

 

Plaatsnaam

Heerenveen

Hilversum

Hoogeveen

Leeuwarden

Leiden

Maastricht

Rotterdam

Sittard

Tilburg

Venendaal

Zaandam

Zwolle

Terrein

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Arbeidsmarkt

 

 

 

8

 

8

23

7

96

3

10

21

21

4

Huisvesting

 

 

 

 

 

 

3

2

17

2

 

7

2

 

Openbaar Vervoer

 

 

 

 

 

7

3

9

1

 

 

1

 

Sociale Zekerheid

 

 

 

 

 

 

1

4

 

 

 

3

 

Overige overheid/gemeente

 

 

 

4

 

 

 

 

 

6

 

 

Politie/vreemdelingen dienst/O.M

 

4

 

5

11

9

49

2

5

15

8

1

Gezondheidszorg

 

 

3

 

2

 

 

13

2

1

5

4

1

Particuliere verzekering

 

 

 

 

 

 

 

6

 

 

 

2

 

Politieke/Publiek opinie

 

1

 

 

10

4

18

66

 

5

17

1

 

Onderwijs

 

 

 

1

 

3

1

3

24

1

 

10

9

1

Welzijnswerk

 

 

1

 

 

15

 

6

 

 

 

1

 

Buurt/wijk

 

 

 

5

 

13

4

31

55

7

7

32

 

3

Horeca/Amusement

 

 

1

1

18

16

4

52

9

53

20

14

1

Media/reclame

 

 

 

 

5

2

1

34

1

2

 

10

 

Sport en recreatie

 

 

 

 

3

 

 

3

 

 

9

4

 

Winkel

 

 

 

 

 

 

11

2

 

 

 

 

 

 

Overige comm. dienstverlening

1

2

 

 

2

 

35

8

4

15

7

 

Overige non-comm dienstverlening

 

 

 

 

 

6

 

4

4

 

3

 

Privesfeer

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Overig

 

 

 

2

 

5

 

 

68

2

11

 

 

 

Onbekend/blanco

 

 

 

 

 

3

1

59

8

 

10

16

3

Totaal

 

2

27

1

76

102

88

596

50

102

167

106

14

††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††††


V.††††††† Klachten naar discriminatiegrond

In de vorige paragraaf besteedden we aandacht aan het maatschappelijk terrein waarop de meldingen betrekking hadden. In deze paragraaf kijken we naar de discriminatiegrond.

In de tabellen hebben we slechts de bureaus opgenomen die ons van cijfers hieromtrent konden voorzien. De rest is buiten beschouwing gebleven. Hoewel deze tabellen niet de precieze verdelingen van alle landelijke geregistreerde meldingen weergeven, kunnen we aannemen dat het minimaal een indicatie geeft over wat er op landelijk niveau speelt. De eerste tabel geeft een percentuele weergave van de discriminatiegronden. De tweede tabel geeft een totaal overzicht van de cijfers.

 

 

Tabel IV

Gronden

Percentages

Ras en afkomst[3]

64%

Leeftijd

5%

Sekse

5%

Seksuele gerichtheid

3%

Geloof en levensbeschouwing

3%

Handicap

2%

Antisemitisme

1%

Andere gronden

13%

Onbekend

4%

Totaal

100%

 

 

 

Zoals de tabel illustreert, zijn verreweg de meeste klachten gebaseerd op ras en afkomst. Maar liefst 64 procent van de geregistreerde meldingen geschiedden op grond van deze kenmerken. Sekse- en leeftijdsdiscriminatie liggen beide aan vijf procent van de meldingen ten grondslag.

 

Wanneer we ter vergelijking de cijfers van de voorgaande jaren erbij pakken, dan zien we dat discriminatie op grond van afkomst al jaren de grootste categorie vormt. In de jaren 1997-1999 bedroegen de percentages meldingen op grond van afkomst, 82, 72, resp. 75 procent.Het dit jaar gemelde percentage van 64 is beduidend minder.

Deze verschuiving is te verklaren door het gegeven dat in de laatste jaren meer en meer bureaus volgens de brede definitie van discriminatiebestrijding te werk gaan. Zodoende komen er meer meldingen binnen die betrekking hebben op andere discriminatiegronden dan afkomst. Door onder meer het Verdrag van Amsterdam en de Algemene Wet Gelijke Behandeling, is er meer aandacht voor ongelijke behandeling op basis van kenmerken als sekse en seksuele gerichtheid.††††

 

Het hoge percentage ďandere grondenĒ wordt verklaard door het feit dat niet alle ADB's en meldpunten van gelijke categorieŽn gebruik maken. In bepaalde gevallen zijn de categorieŽn dermate beperkt dat veel van de meldingen in de zogeheten restcategorie vallen. Een van de discriminatiegronden waar dit in het bijzonder betrekking op kan hebben is de discriminatiegrond antisemitisme. Veel bureaus hebben hiervoor geen aparte categorie en registreren dientengevolge deze klachten onder de restcategorie ďandere grondenĒ.

Opnieuw zien we regionale/lokale verschillen tussen de ADB's wanneer we ze met elkaar vergelijken. Discriminatie op grond van leeftijd wordt verhoudingsgewijs in Haarlem veel meer genoemd dan in het landelijk gemiddelde. In Zwolle is discriminatie op grond van seksuele voorkeur verhoudingswijs een grotere categorie dan landelijk. Klachten worden zelden geregistreerd onder de categorieŽn levensovertuiging en antisemitisme. Slechts enkele bureaus rapporteren discriminatie op deze gronden. Zoals we hierboven reeds vermeldden, is het tevens mogelijk dat maar weinig ADB's deze categorieŽn in hun registratie onderscheiden, waardoor ze ook niet als zodanig worden geregistreerd.


 

Tabel V

 

Ras/afkomst

Sekse

Seksuele gerichtheid

Handicap

Geloof/levensbesch.

Leeftijd

Levensovertuiging

Antisemitisme

Andere gronden

Onbekend

Totaal

Alkmaar

119

2

5

7

9

10

1

7

36

 

196

Apeldoorn

36

 

2

3

2

2

 

 

12

18

75

Breda

59

 

3

3

2

6

 

1

7

6

87

Diemen

5

 

 

1

 

 

 

 

5

1

12

Den Bosch

76

3

2

1

1

1

 

 

4

20

108

Dordrecht

57

60

 

 

2

3

 

 

7

 

129

Eindhoven

84

6

5

5

10

6

 

 

19

6

141

Haarlem (e.o.)

102

3

4

6

5

44

 

3

1

25

193

Leeuwarden

48

2

4

3

2

2

 

7

3

5

76

Leiden

68

6

4

2

5

4

 

 

 

13

102

Maastricht

69

1

2

3

1

 

 

 

7

 

83

Rotterdam

466

9

23

8

19

10

 

 

43

18

596

Sittard

19

 

7

4

 

 

 

 

20

 

50

Veenendaal

48

4

 

3

6

8

 

 

92

6

167

Zaandam

76

4

2

2

9

3

 

 

10

 

106

Zwolle

6

 

2

 

1

 

 

 

5

 

14

Totaal

1338

100

65

51

74

99

1

18

271

118

2135


VI.†††††† Uitgelicht: Horeca

Dit jaar staan we in het bijzonder stil bij discriminatie in de horecasector. In het afgelopen jaar is er in de media veel aandacht geschonken aan dit onderwerp. Verschillende ADB's in het land hebben initiatieven ontplooid om de allochtone jeugd te steunen om hen toegang te verschaffen tot de uitgaansgelegenheden van hun keuze. Deels ten gevolge van negatieve aandacht voor (bepaalde groepen) allochtone jongeren, stuitten veel van hen op afwijzing aan de deur. Zij worden niet geweigerd vanwege hun gedrag of andere individuele kenmerken, maar op vermeend groepslidmaatschap beoordeeld en buitengesloten. Het gevolg is dat een grote groep jongeren wordt uitgesloten van een onderdeel van de vrijetijdsarena waarin zij normaliter met hun leeftijdsgenoten vertoeven.

 

Het hardmaken van het discriminatie-element is doorgaans zeer moeizaam. Omdat discriminatie meestal in verhulde vorm wordt toegepast, worden tal van (schijn)argumenten genoemd die de aangeklaagde van schuld zouden vrijwaren. Bovendien is het vaak het woord van de ene tegen dat van de ander. Dit geldt eveneens voor de bewijsvoering van discriminatie bij horecagelegenheden.

In Rotterdam heeft de burgemeester echter stelling genomen en hij is expliciet de mening toegedaan dat een aantal horecagelegenheden wel degelijk de schijn dat zij discrimineren tegen zich hebben. Gesprekken met de betrokkenen hebben deze schijn niet kunnen wegnemen. RADAR heeft ingezet op juridische vervolging en op dialoog met de horecabranche omtrent een protocol. In Amsterdam, waar soortgelijke problemen zijn, wordt gewerkt aan het opstellen van een gedragscode voor de horecabranche. In Breda is een zogeheten horecaconvenant afgesloten.

 

Een aantal bureaus heeft ons meerjaren gegevens kunnen verschaffen over (het verloop van) de horecaklachten in hun gemeente of regio. In tabel I hebben we reeds kunnen zien dat op landelijk niveau acht procent van alle geregistreerde klachten betrekking heeft op de horeca en amusementssector. Dit percentage ligt wellicht nog iets hoger, omdat horecaklachten bij bepaalde bureaus onder commerciŽle dienstverlening worden geregistreerd. Gemiddeld genomen bedroegen de horecaklachten in de voorgaande jaren vier procent (zie Kerncijfers 1997-1999). Er is dus dit jaar sprak van een verdubbeling van het aantal meldingen op dit terrein.

 

Wanneer de cijfers per gemeente worden bekeken, dan valt op dat het aantal horecaklachten per jaar sterk uiteen kan lopen. Het ene jaar is er sprake van een stijging, een ander jaar van een daling. Dit sterkt het vermoeden dat media-aandacht of beleidsmatige aandacht vanuit bijvoorbeeld het plaatselijk ADB van invloed is op het aantal meldingen dat op het betreffende terrein wordt gedaan.

 

Opvallend is overigens dat door de jaren heen steden als Enschede en Breda verhoudingsgewijs veel horecaklachten binnenkrijgen. Beide bureaus hebben over langere tijd bijzondere aandacht besteed aan dit onderwerp. In Enschede is een horecaproject geweest en zijn meerdere praktijktests uitgevoerd. In Tilburg, waar verhoudingsgewijs ook veel horecaklachten binnenkomen, bestaat een meldpunt Horeca dat de klachten verzamelt en toeziet op behandeling. Horecaklachten vormen gemiddeld genomen maar liefst plusminus twintig procent van het totaal aantal klachten dat bij de betreffende bureaus binnenkomt, tegenover het genoemde landelijke gemiddelde van acht procent. Enschede beleefde een 'opleving' in 1998 toen maar liefst ruim veertig procent van alle meldingen betrekking had op horecadiscriminatie. In Breda vormt het jaar 2000 een uitzondering omdat in dat jaar de horecadiscriminatieklachten verhoudingsgewijs zijn gedaald.

 

 

Tabel VI

Horecaklachten

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

tot. aant

 

tot. aant

 

tot. aant

 

tot. aant.

 

 

1997

klachten

1998

klachten

1999

klachten

2000

klachten

Alkmaar

 

 

 

7

281

20

254

11

196

Amsterdam

8

347

7

560

18

511

21

521

Apeldoorn

 

3

85

4

109

3

60

3

75

Breda

 

††††††† 15

64

18

71

16

87

7

81

Diemen

 

0

 

0

 

0

 

0

12

Den Bosch

 

 

 

 

 

 

 

5

108

Den Haag

 

 

 

12

 

9

 

10

434

Dordrecht

 

0

72

0

59

0

85

7

129

Ede

 

2

 

2

 

1

32

2

33

Eindhoven

 

3

101

4

100

8

137

10

141

Enschede

 

36

143

59

134

24

118

24

118

Gouda

 

2

 

1

 

3

16

1

10

Leeuwarden

 

 

 

 

 

 

18

76

Maastricht

 

 

 

 

 

2

106

4

87

Rotterdam

 

33

619

33

536

32

470

52

595

Tilburg

 

 

 

 

 

 

 

53

102

Zaandam

 

2

150

5

117

7

80

4

106

Zwolle

 

0

 

3

 

2

15

1

14

Totaal

 

104

1581

155

1967

145

1971

233

2738

 

 

Horecaklachten kunnen enerzijds betrekking hebben op het deurbeleid en anderzijds op de behandeling en/of dienstverlening in de horecagelegenheid. In het eerste geval is er sprake van een weigering tot toegang door portiers en/of beveiliging van individuen of groepen. Afgewezen 'klanten'' krijgen verhullendeverklaring te horen, bijvoorbeeld dat er een besloten feest plaatsvindt, dat de persoon niet de juiste uitgaanskledij draagt, of dat men lid moet zijn. Openlijke discriminatie komt zelden of nooit voor; huidkleur wordt niet als reden genoemd.

In het tweede geval zijn mensen wel toegelaten tot de gelegenheid, maar worden zij bijvoorbeeld niet bediend of bijzonder onvriendelijk bejegend door het personeel. Vijandige bejegening van andere gasten kan ook in deze categorie voorkomen.


VII.††††† Samenvatting en conclusies

 

Aantallen

Op basis van de gegevens zoals die ons dit jaar ter beschikking staan, is er net als in voorgaande jaren, opnieuw een lichte stijging op te merken in het aantal meldingen. Het aantal geregistreerde klachten en meldingen is in 2000 met acht procent gestegen ten opzichte van de klachten en meldingen in 1999.

 

Maatschappelijke terreinen

Het relatief grootse aantal meldingen heeft betrekking op de arbeidsmarkt. Het aantal meldingen op dit terrein is al een aantal jaren stabiel en schommelt, evenals dit jaar, rond de twintig procent. Hoewel overheid en bedrijfsleven met de mond het diversiteitsbeleid bepleiten, hebben bepaalde groepen in de praktijk nog altijd te maken met uitsluitingspraktijken op dit terrein, hetgeen zorgen baart.

Meldingen die zijn geregistreerd onder de categorie buurt/wijk, vormen de op een na de grootste categorie. Er lijkt zich jaarlijks een gestage stijging af te tekenen in deze categorie. Vergeleken met de afgelopen jaren is het aantal meldingen op dit terrein dit jaar met drie procent toegenomen. Wellicht is naast de arbeidsmarkt ook de woonomgeving bij uitstek een terrein waarop zich pijnpunten in de overgang naar een muli-etnische en diverse samenleving manifesteren. Verdraagzaamheid is nog geen gegeven. Bovendien is het aannemelijk dat het aantal geregistreerde meldingen dat zich in de buurt of wijk afspeelt het huidig gemelde aantal overstijgt, omdat sommige bureaus burenconflicten onder de categorie huisvesting registreren.

Een gedeelde derde plaats gaat naar horeca/amusement en de hierboven genoemde categorie huisvesting. Voor beide categorieŽn geldt overigens dat het aandeel meldingen hieromtrent dit jaar is toegenomen.†††††††

 

Regionaal zijn er verschillen waar te nemen in de verdeling van het aantal meldingen over de verschillende maatschappelijke terreinen. Landelijk beschouwd is de arbeidsmarkt het maatschappelijk terrein waarop de meeste klachten worden geregistreerd. In Alkmaar, Maastricht en Den Bosch doen de meeste klachten zich echter voor in de buurt of wijk. In plaatsen als Enschede, Tilburg en Sittard komen verhoudingsgewijs veel klachten binnen over horecadiscriminatie. Leiden, Zaandam, Amsterdam en Den Haag hebben vergeleken met het landelijke gemiddeld veel zaken in behandeling over media. Politie en justitie, die landelijk net buiten de top vijf vallen, scoren hoog in Hilversum.

 

Discriminatiegronden

Bij de discriminatiegronden is de categorie afkomst/kleur met een aandeel van plusminus tweederde van het aantal meldingen de aanvoerder. Deze categorie is al jaren verreweg de grootste onder de discriminatiegronden. Opvallend is wel dat haar aandeel verhoudingsgewijs afneemt. Dit heeft te maken met de ontwikkeling van veel ADB's die van een smalle naar een brede discriminatiegrondslag overgingen. Dit betekent dat zij zich niet langer exclusief of grotendeels toeleggen op rassendiscriminatie, maar ook op discriminatiebestrijding op grond van sekse, leeftijd, seksuele gerichtheid, handicap et cetera.

Discriminatie op grond van leeftijd en sekse maken beide vijf procent uit van het totaal aantal zaken.

Evenals bij de verdeling naar maatschappelijk terrein, doen zich ook bij de gronden regionaal verschillen voor. Zo krijgt bijvoorbeeld Haarlem veel leeftijdsdiscriminatiezaken binnen.††

 

Horecadiscriminatie

In de onderhavige rapportage is horecadiscriminatie nader onder de loep genomen. De horecaklachten staan op een gedeelde derde plaats van maatschappelijke terreinen die hoog scoren. Bovendien is het aantal horecaklachten afgelopen jaar verdubbeld. Voor een aantal ADB's is het ook een van de meest omvangrijke terreinen waarop discriminatie wordt gemeld. Een aantal ADB's heeft recentelijk veel aandacht besteed aan discriminatie op dit terrein, waaraan in de media veel aandacht is besteed. Lokale ADB's, politie en horecaondernemingen zijn in meerdere regio's de dialoog met elkaar aangegaan en men probeert te werken aan een non-discriminatoir deurbeleid. Oplossingen worden in verschillende richtingen gezocht; gedragscodes voor de horeca, een protocol voor een transparant deurbeleid of een convenant.

 

Onderrapportage is een feit

De ADB's en Meldpunten die over het land zijn verspreid pogen mensen te bewegen zoveel mogelijk melding te maken van discriminatie en staan hen vervolgens bij in de aanpak van deze incidenten. Toch menen de ADB's dat wat er wordt gemeld, slechts een beperkt deel is van wat zich daadwerkelijk afspeelt in het dagelijkse leven. De werkpraktijk van de bureaus bevestigt dit. Zodra plaatselijke bureaus 'inzoomen' op een bepaald onderwerp of maatschappelijk terrein, dan zien zij meestal ook de registraties op dit onderwerp of terrein stijgen. Dit wordt nog eens verstekt wanneer de intensievere aandacht gepaard gaat met de nodige media-attentie.

 

Om een zo volledig mogelijke registratie van incidenten te verkrijgen, raadpleegt en analyseert een aantal ADB's naast de eigen registratie, ook registraties van derden. Het bijeenbrengen van verschillende registraties en het bijhouden van ontwikkelingen is van toegevoegde waarde. Het ADB is in dat geval niet alleen belangenbehartiger en behandelaar van individuele klachten met betrekking tot discriminatie, maar krijgt zo tevens een waakhondfunctie. Een dergelijke monitorfunctie, waaraan door enkele ADB's reeds invulling is gegeven, kan echter alleen doorgang vinden wanneer er voldoende menskracht en middelen voor worden vrijgemaakt.†††

††


Bijlage

Overzicht adressen antidiscriminatiebureaus/meldpunten

 

ADB NHN, Postbus 3095, 1801 GB Alkmaar tel: 072-5154400

Instituut Soc. Raadslieden, Stadsring 51, 3811 NH, Amersfoort, tel:033-4619063

Meldp.Discr. Amsterdam, Postbus 15514, 1001 NA Amsterdam tel: 020-6385551

Meldp.Discr. Apeldoorn, Van Kinsbergenstr. 12, 7311 BM Apeldoorn tel:055-5225555

ADB Arnhem, Postbus 1146, 6801 BC Arnhem tel:026-3547979

ADB Assen, Postbus 701, 9400 AV Assen tel: 0592-313978

ADB Drenthe, Postbus 816, 9400 AV Assen tel: 0592-312216

Steunpunt tegen discr., Nw. Ginnekenstraat 38c, 4811 NS Breda tel: 076-5309137

Meldpunt Discr. Delfzijl, Postbus 16, 9930 AA Delfzijl tel: 0596-616893

Basta! Luybenstraat 21, 5211 BS Den Bosch tel:073-6919778

Haags Meld- en regstr.punt Discr.Zaken , Postbus 273, 2501 CG, Den Haag tel:070-3028686

Meldpunt Discr. Diemen, p/a Ouddiemerlaan 104, 1111 HL Diemen tel:020-6904549

Anti Diskr. Raad Dordrecht, Postbus 1136, 3300 BC Dordrecht tel: 078-6390429

ADB Ede, p/a Postbus 8028, 6710 AA Ede tel: 0318-641616

Balans, Postbus 6287, 5600 HG Eindhoven tel: 040-2444477

ADB Oost, Espoortsrtraat 7, 7511 CD Enschede tel:053-4302299

ADB Gouda, Spoorstraat 2, 2806 BZ Gouda tel:0182-594710

ADB Groningen, St. Walburgstraat 22, 9712 HX Groningen tel: 050-3111425

ADB Haarlem, Postbus 284, 2000 AG Haarlem, tel:023-5315842

ADB Heerlen, Putgraaf 3, 6411 GT Heerlen tel: 045-5718501

Meldp. Discr. Kleine Drift 35a, 1221 JX Hilversum tel 035-6830154

Meldpunt Hoogeveen, Postbus 131, 7900 AC Hoogeveen tel: 0528-278855

Discr. Meldpunt, Eewal 56, 8911 GT Leeuwarden tel: 058-2133233

Meldpunt Discr. Leiden, Oude Rijn 44 B/C, 2312 HG Leiden tel: 071-5120903

ADB Flevoland, Postbus 194, 8200 AD Lelystad tel: 0320-244259

ADB Maastricht, Cortenstraat 4, 6211 HT Maastricht tel:043-3250938

St. Welzijn Meppel, Weerdstraat 78, 9741 XH Meppel tel:052-2252798

ADB Zeeland, Postbus 571, 4330 AN Middelberg tel:0118-636108

Het Roze Meldpunt, In de Betouwstr.9, 6511 GA Nijmegen tel:024- 3240400

Meldpunt Discr. Purmerend, Waterlandlaan 252, 1441 MZ Purmerend tel:0299-433302

CMAD, Postbus 116, 6040 AC Roermond tel: 0475-330141

RADAR, Postbus 1812, 3000 BV Rotterdam tel: 010-4126212 / 010 4113911

idem Schiedam en Spijkenisse

ADB Sittard, Postbus 897, 6130 AW Sittard tel 046-4575700

ADB Noord Limburg, Bongerdstraat 229, 5931 NE Tegelen tel:077-3737777

ADB Tilburg, Willem II straat 3, 5038 BA Tilburg tel 013-5438917

STAD, Loeff Berchmakerstraat 22-24, 3512 CW Utrecht tel:030-2328666

ADB Veenendaal, Zandstraat 59, 3901 CK Veenendaal tel 0318-544100

Reg. ADB Midden Holland, Postbus 177, 2740 AD Waddinxveen tel 0182-614485

Meldp. Discr. Weststellingwerf, Hoofdstraat West 3, 8471 HP Wolvega tel: 0561-611033

ADB Zaanstreek, Postbus 1121, 1500 AC Zaandam tel: 075-6125696

Gem Meldpunt Discr. Zwolle, Postbus 1423, 8001 BK Zwolle tel:038-4982375

 

 



[1] De cijfers van 2000 betreffen de voorlopige jaarcijfers. De meeste bureaus maken pas in juni de volledig gecontroleerde cijfers bekend in hun jaarverslag.

[2] Alleen de terreinen waarop landelijk met meer dan 25 meldingen is gescoord, zijn in deze tabel opgenomen.

[3] Ook discriminatie op grond van nationaliteit valt hieronder.